Om queekoeckjens te maken

De kwee is de harde, gele en geurige vrucht van Pyrus oblonga. De kwee - kweepeer of kweeappel - is al eeuwenlang bij ons bekend. De oude Grieken hadden de kwee gewijd aan Afrodite, de godin van de liefde. De sterk geurende, keiharde vruchten zijn donzig behaard, groenig of geel van kleur en peer- of appelvormig. De kweepeer wordt het meest gebruikt. Rauw zijn deze kweeperen oneetbaar, dus moet je ze eerst koken zoals stoofperen.

Recepten met kweeperen vinden we ook volop in middeleeuwse kookboeken. De kweeŽn zijn op verschillende manieren te verwerken: tot compote, marmelade, tot natte en droge confituren, in taarten, of met vlees meegekookt. Laatmiddeleeuwse recepten voegen vaak specerijen toe in deze koekjes, zoals kruidnagel en kaneel. 

Gerechten met kweeperen vormden een delicatesse in welgestelde kringen. De confituren behoorden tot het dessert van een feestelijke maaltijd. Daar hoorde hippocras bij, een zoete kruidenwijn.

Kweeperengerechten streelden niet alleen de tong, maar hadden ook een medicinale functie. 
De suiker daarin was gunstig tegen heesheid en hoest. Volgens de klassieke temperamentenleer is suiker warm en vochtig van aard, dus goed tegen de melancholie. Kweeperen daarentegen hebben koude en vochtige eigenschappen. Die eigenschappen kunnen door gebruik van suiker 'getemperd' worden, zodat een gezond evenwicht ontstond. 

Volgens de 17de-eeuwse Amsterdamse arts Petrus Nyland versterken kweeperen de maag en zijn ze heilzaam tegen braken, bloedspuwen, diarree en overvloedige menstruatie. 
Wanneer u ze na de maaltijd eet, doen zij de maag sluiten.

De verstandige kock geeft negen recepten om kweeperen te konfijten, waaronder kweeperen op siroop, witte en rode kweeperenmarmelade - een dikke jam, en kweeperenkoekjes. 
De koekjes lijken meer op zachte snoepjes, een soort 'winegums'.
 

Om queekoeckjens te maken (1669)
Neemt heele queen, wrijft die schoon af, doch koockt die in water, laetse soo met de schillen zieden totse murruw zijn, neemtse uyt, decktse toe met een doeck totse lauw zijn, doet de schillen af ook de kernen, en het harde, en wrijftse heel kleyn, neemt soo veel suycker als queen fijn gestoten, menght samen en set het op 't vuur, latet op kooken: gekoockt zijnde, stroyt op een schoone planck suycker, en leght het daer op, maeckt koeckjens, laetse kout worden, set die op een stoof met vuur totse droogh zijn, gy kuntse in schoon papier bewaren, soo lange het u belieft.

(English translation)

Kweekoekjes (hertaald recept)
Neem hele kweeŽn, wrijf die schoon en kook ze in water. Laat ze met de schillen koken tot ze zacht zijn. Haal ze eruit en dek af met een doek tot ze lauw zijn. Verwijder de schillen, ook de klokhuizen en wrijf ze heel fijn. Neem zoveel fijngestampte suiker als kweeŽn. Meng het door elkaar, zet op het vuur en breng het aan de kook. Strooi na het koken suiker op een schone plank en strijk de massa daarover uit. Maak koekjes ervan en laat die afkoelen. Zet ze in een [droog]oven met vuur tot ze droog zijn. U kunt ze op schoon papier bewaren, zolang u wilt.

 

NB: zie mijn 'foto-album'

 

Bewerkt recept


[Home]      Laatste wijziging: 02-02-22